Het hotel

Een vrouw steekt voorzichtig haar onopgemaakte hoofd om de hoek en kijkt met warrige haren of het gangpad vrij is. Het tienjarig zoontje heeft alvast zijn stoere skatebroek aangetrokken, maar zoekt even later met kleine oogjes en op pantoffels de wc op. Vader hangt met zijn ochtendadem over de toonbank en vraagt waar de ontbijtzaal is. Mensen die net wakker zijn, hebben iets ontwapenends. Ze zijn allemaal zo gewoontjes. Dat, en vele andere dingen, leer ik, sinds ik als hotelreceptioniste in een voormalig hostel werkzaam ben. Dat Copacabana niet alleen een musical is, maar dat daar echt mensen wonen. Dat Fransmannen inderdaad heel gepassioneerd zijn in bed – de kamer naast de receptie heeft nou eenmaal een dun wandje. Je wordt beter in het schatten van leeftijden bij het inchecken van pas aangekomenen. Je kunt stiekem hun adres op internet opzoeken en zien in welk Engels heuveldorpje ze wonen.

In een hotel werken is dynamisch. Er gebeurt altijd wel wat, je blijft je verbazen – en niet alleen vanwege de gasten. Voor vier tientjes kun je Flavio boeken: deze sympathieke, kaalgeschoren Romein die net ‘Goodmorning’ kan zeggen brengt je goedgeluimd naar het vliegveld of wacht je bij de gate op. Tullio is de loodgieter. Hij controleert wekelijks de waterleidingen en hij is niet blij als hij braaksel in de gootsteen vindt (‘sti zozzi…hoor je hem dan herhaaldelijk mopperen, ‘wat een smeerlappen’). Dario en Domenico steken amper boven de desk uit. Twee stevig gebouwde, zeg maar gerust goed mollige jongemannen uit Napels. Maar spieren hebben ze. Ze slepen de grote, witte zakken linnengoed twee keer per week alle trappen op. Na afloop staan ze met zweetdruppeltjes op het voorhoofd aan de desk uit te hijgen en vertellen ze mij over hun leven. Om drie uur ‘s nachts beginnen met werken. Doordeweeks in Rome overnachten met een stel collega’s in een appartement. De avonturen met talrijke dames, terwijl vrouwlief met de kinderen in het zuiden wacht.

De schoonmaaksters brengen de meeste uren in het pand door. Ze zijn zo’n veertig minuten bezig met het reinigen van één kamer en krijgen daar € 2,50 voor. Ze werken keihard, deze jonge moeders, allen afkomstig uit hetzelfde Oosteuropese land. Dagelijks maken ze een lange treinreis om op het werk te komen. Geen cent te makken hebben ze, maar ze laten me trots hun gemanicuurde nagels zien, terwijl hun niet complete gebitten mij met twee gelaten, maar vriendelijke ogen aanstaren. Ik voel me soms haast schuldig, als ik hen zie ploeteren terwijl ik voor ruim het dubbele vanachter de toonbank bonnetjes zit uit te schrijven. Nee, ook geen vetpot inderdaad, maar geloof me, het was uit vele sollicitaties de beste deal die ik kon sluiten.

Dat het een marmot als ik lukt om voor zonsopgang haar bed uit te komen, geeft aan dat de baan wel de moeite waard is. Dit is immers een wereld die ik nooit zou hebben leren kennen als ik met goed gevulde studiebeurs of dik expat-salaris het land zou hebben betreed. Nee, dit is niet mijn eindstation. Ik ben in afwachting van méér. Van die dag waarop bazen hun personeel wit uit zullen betalen. Waarop ze hun schoonmaaksters niet meer zullen uitkafferen voor onbenulligheden. En tot die tijd snuif ik de aftershave op van net gedoucht hebbende jongens aan mijn desk. Haal ik bakken zout voor dames met opgezwollen voeten. Registreer ik de Romein die steeds met dezelfde dame incheckt en een paar uur later het pand verlaat. Tel ik mijn zegeningen.

Advertisements

One thought on “Het hotel

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s