Epiloog

Inmiddels zijn er een flink aantal maanden voorbij gegaan sinds ik mijn rijbewijs heb gehaald. En wat heb ik naderhand veel bijgeleerd. Tweeëntwintig uur in de auto met een docent ernaast is namelijk vrij weinig. Ook al leer je tijdens de les de noodzakelijke kneepjes van het vak, het echte werk begint daarna. En dat is anders dan een pc-spelletje of een ritje in de botsauto.

Filerijden langs de Tiber

Dat ik autorijden leuk vond, wist ik eigenlijk al sinds ik jong was en mocht computeren of skelteren. Een voertuig vooruit krijgen is gewoon leuk: je kunt alle kanten op, wanneer en hoe je snel je maar wilt. Dit principe gaat echter maar deels op in Rome: je mág alle kanten op, maar je kúnt geen enkele kant op. Mijn rij-ervaring bestaat vooralsnog uit vaststaan aan de lungotevere. Daarmee bedoel ik: stapvoets rijden over de drukke weg langs de rivier. Tien meter rijden. Rem. Koppeling. Wachten. Rem. Koppeling. Gaspedaal. Nog eens tien meter. Oppassen, een brommer werpt zich voor de auto. Zigzag, daar gaat ie. Langzaam wurmt ie zich tussen de auto’s door. Rem. Koppeling. Gaspedaal. Vijf meter. Tot in de verte zie ik  de auto’s voortkruipen. Dit schiet niet op. Heb ik me vergist? Het is toch geen spitsuur? Oh, ik zie het al, een ongeluk. De zwaailichten van de politieauto laten zich nu af en toe zien. Ik had het kunnen weten. Ongelukken zijn hier aan de orde van de dag.

Printmarges

De rode lampjes verlichten het peutergezichtje achterin. O jee, daar valt een rozijntje op de grond. Wie laat er dan ook rozijntjes eten in de auto. Even een acrobatische toer uithalen. Als er nu een auto tegen me opbotst, zal ik permanent letsel oplopen. Op de achtergrond klinken Hollandse kinderliedjes. Naar muziek luisteren is een aardige manier om de tijd door te brengen. Maar zelfs het zoetste kind verliest op een gegeven moment zijn geduld. En dan heb je er nóg een probleem bij. Je moet letten op wat er vóór je gebeurt. En achter een oogje in het zeil houden. De verplichte minimale afstand tussen jou en de omringende auto’s wordt door niemand gerespecteerd. Om met een tekstbestand dat geprint moet worden te spreken: ‘De marges zijn buiten het afdrukgebied van de pagina ingesteld. Wilt u doorgaan?’ Reken maar dat ik door wil gaan. Níet buiten de marges printen is namelijk onmogelijk, want dan krijg je de mede-weggebruikers op je dak. Dus gaan met die banaan.

Aanpassingsvermogen

Hoezo geen rijbanen? Volg de auto vóór je en je hebt er zó een. Hoezo rechts aanhouden? Dan sta je continu stil achter een dubbel geparkeerde auto. Dus hup, het midden van de straat aanhouden (eng) of hup, links de ‘inhaalstrook’ op (ook als je niet inhaalt). Je went er aan. Je doet net als de anderen. Je merkt zelfs dat je de neiging krijgt te vloeken. Als het weer eens niet opschiet of iemand een gevaarlijke manoeuvre uithaalt. Maar dat wil je per se vermijden. Je wilt niet zo zijn als die heethoofden om je heen. Maar je begrijpt nu beter dan ooit waar het geïrriteerde gedrag in het verkeer vandaan komt. Op deze manier rijden ís zenuwslopend.

Het gebrek aan regels is soms ook handig. Zo kun je inparkeren op een net iets te klein plekje door voorzichtig heen en weer te duwen tegen de voor- en achterkant van de geparkeerde auto’s. Zo, die staat. Geen haan die kraait naar een krasje meer of minder. Verzekering, wat is dat?

Als Nederlander krijg je bovendien te maken met nieuwe situaties. Op Sicilië zijn er bijvoorbeeld langs de snelweg hellende, doodlopende stroken ingevoegd na gevaarlijke bochten: mocht je de macht over het stuur verliezen, dan kun je je auto hiernaartoe sturen en hem langzaam uit laten rijden. En in Rome kun je zomaar over het heilige plein van de Sint-Jan van Laterenan worden gestuurd als er een omleiding is.

Alle begin is moeilijk

Wie dit stukje leest, denkt misschien: ‘Innemen, dat rijbewijs van die roekeloze Tessa’. Maar ik heb natuurlijk een beetje overdreven om een leuk stukje te schrijven. Ik kan je verzekeren dat ik uiterst serieus en nauwkeurig rijd. Ik ben mij bewust van mijn onervarenheid: zo heb ik haast nog nooit op bergweggetjes of in het donker gereden en ga ik zelden harder dan 70 km/u, omdat ik amper buiten de bebouwde kom rijd. Dus er is heel, heel veel nog te leren.

Het computerspelletje ‘Stunts’ liet je zelf de meest fantastische parcoursen ontwerpen met loopings en modderwegen. Bij ‘Project Gotham Racing’ mocht je door de lege straten van Florence scheuren. Virtuele ervaring die ver weg staat van de realiteit. Ik ben niets anders dan een neopatentata, een beginner op de weg, wat te zien is aan de grote P van principiante achterop de auto. En toch kan ik sommmige dingen al aardig, zoals vertrekken vanaf een helling of in nauwe straten de kalmte bewaren. Terwijl ik de andere vaardigheden verbeter, geniet ik van het brommen van de motor. Als ik de rem alvast loslaat en het gaspedaal indruk, om als eerste het Colosseum voorbij te zoeven.

Met deze column eindigt de serie Autorijden in Rome.
Wil je meer inkijkjes in het actuele leven van Rome?
Boek een lezing of volg Beyond the Colosseum!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Create a free website or blog at WordPress.com.

Up ↑

%d bloggers like this: