Het balkon

Sommige staan volgestouwd met leeg verpakkingsmateriaal. Andere worden gesierd door weelderige planten. Je hebt er waar de was te drogen hangt. Of die waar gekleurde molentjes met de wind mee draaien. Bijna alle balkons in Rome echter hebben iets gemeen: er zit nooit iemand.

In Italië is het grofweg lekker weer van maart tot november. Je zou dus verwachten dat, wie het geluk heeft over een balkon te beschikken, hier ruimschoots gebruik van maakt. Maar nee hoor, geen gezellige tuintafel met stoelen en kussentjes. Geen kurken die van wijnflessen afploepen. Geen geroezemoes van etende mensen. Als Nederlandse warmtejunk fascineert mij het terrasgedrag van de Romein. Ja, ik zeg ‘terras’, want ik heb het hier over balkons van soms wel twintig vierkante meter.

In die gevallen waarin het balkon níet als rommelhok of schoonmaakkast dienst doet, of als openluchtgang om van de ene naar de andere kamer te lopen, zie je echt wel dat men z’n best doet: de aandacht wordt van de lelijke airco-kasten afgeleid door aan de muur lantaarntjes, terracotta-kunstwerkjes of zelfs schilderijen te hangen. Hier en daar zie je een kruis aan de wand, tussenschotten worden bekropen door klimop en bij het gros van de balkons hangen er plantenbakken aan de rand. In het algemeen zie je trouwens veel flora, ook op de vloer: sommige balkons zijn zelfs overwoekerd door groen en tot kleine stadsjungles verworden. Vogels worden afgeschrikt door mobiles van aluminium en zo nu en dan wappert er een groen-wit-rode vlag.

Maar hoe komt het toch dat de Romein zo weinig buiten zit? Waarom hebben de Intratuinen hier zo’n lage omzet? Is het de temperatuur, die doorgaans veel hoger ligt dan bij ons? Dat zou kunnen. Maar dan nog, niet ieder balkon vangt continu zon. En bovendien hoef je niet op het heetst van de dag buiten te zitten. Wat dacht je van een ontbijtje, of van een diner na zonsondergang? Het merendeel van de balkons beschikt daarnaast over zonneschermen van stof: geel, bruin, groen, wit-gestreept, een bont en vrolijk tafereel voor wie langsloopt en omhoog kijkt.

Ik daag de lezer uit een flatgebouw in Rome te vinden waarvan de meeste balkons níet slechts als bijkeuken of fantasieloze extensie van het huis worden beschouwd. Want ik betwijfel of ze bestaan. En wat is dat trouwens met gordijnen? Wie heeft bepaald dat alleen 60-plussers vitrage voor de ramen mogen hangen? Soms snap ik ze echt niet, die Romeinen. De helft van de huizen laat de luiken voor de ramen potdicht zitten met als gevolg dat woonkamers pikdonker zijn. Ze hebben zonneschermen die de balkons als een cocon dichtsnoeren. Maar waarom zie je dan zo weinig gordijnen?

Ach, ik trek me er niets van aan. Ik leng nog wat limonade aan en ga vanaf mijn balkon lekker naar de buren zitten kijken. Naar de vrouwtjes die af en toe in ochtendjas naar buiten schuifelen om de was recht te hangen. Ik luister naar kinderen die hun moeder niet gehoorzamen. En ‘s avonds gluur ik mee naar binnen, als dan toch eindelijk de luiken geopend zijn en fel tv-licht de straat overschijnt. Ik, mijn drankje en de avondbries. En op de achtergrond wat krekels die krieken.

 

Tessa D.M. Vrijmoed is auteur van Laat je krekels maar krieken – Het Colosseum voorbij en is sinds 2009 als docente aan Nederlandse School ‘t Kofschip in Rome verbonden.

Advertisements

3 thoughts on “Het balkon

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s