Deel 10: afrijden!

Ik neem plaats en groet de examinator, die op de bank achter zit. Maria Grazia, zo leer ik later, is omringd door losse papieren en ze heeft het warm. Dat zie ik aan haar glimmende huid. Verder is ze op en top verzorgd. Lippenstift, oogschaduw en een bloemenbloesje over maar liefst 1, 2, 3 hempjes.

‘Goed, Tessa, wat moeten we doen om te vertrekken?’
Hee, de eerste vraag, die weet ik!
‘Ik zet mijn stoel goed, controleer de spiegels en doe mijn riem om.’
‘Prima, rijden maar’.
Wát, is dat alles?! Ik had me die paar minuten nagelbijten met Debora dus wel kunnen besparen… Goed, daar gaan we. Ik draai me zóver naar achteren om dat ik morgen een stijve nek heb, want dát willen de examinatoren volgens Debora zien.

De rit duurt kort en we blijven op bekend terrein: de kronkelende, hellende en volgeparkeerde straten van Monteverde, de woonbuurt op de Gianicolo. Ik ken de wegen daar nu op mijn duimpje en probeer exact de aanwijzingen te volgen die Debora en Carlo er de afgelopen maanden hebben ingeramd. Zo vaak mogelijk van versnelling wisselen, anticiperen als je vóór je op de weg een obstakel ziet, de eerste in zijn vrij houden bij dit kruispunt hier, naar voren leunen om beter te kijken bij dat kruispunt dáár, enzovoort. En dat doe ik allemaal netjes. Hoewel, bijna allemaal. Ik maak ook stomme fouten, zoals wanneer ik vergeet de auto in de eerste versnelling te zetten na kort stilstaan op een drukke kruising.

Ja, maar dat komt omdat ze de hele tijd zitten te kletsen! Debora vertelt haast opschepperig over mijn blog en reisgids en daardoor wil ik hier en daar toch echt even iets zeggen. Ik weet het, er was me nadrukkelijk verboden dat te doen, omdat gebabbel me afleidt. Maar ik kan het niet laten een enkele voetnoot te plaatsen.

Onderling praten de dames aan één stuk door. Zó overdreven, dat het haast wel expres lijkt, om te kijken of ik me kan blijven concentreren. Maria Grazia is in 1961 geboren, nota bene hier in Monteverde, in een ziekenhuis dat nu een centrum voor alzheimer-patiënten is – we rijden erlangs. Tegenwoordig woont ze in Ostia, maar o wat heeft ze een heimwee als ze weer even terug in haar oude buurt is. Zo gaan er ongeveer tien minuten voorbij. Ik moet mijn uiterste best doen om niet mee te gaan in het theekransje en ben blij als ik de wagen mag parkeren.

Ik kijk vragend naar de examinator: is het voorbij?
‘Dank je wel, Tessa, tot ziens.’
Is dat een ‘ja’, zit het er echt op? Ik voel de spanning van me afglijden. Immers, of ik het nu gehaald heb of niet, ik hoef vandaag in ieder geval niet meer te presteren. Net als ik wil uitstappen, schiet me iets te binnen: wacht, dit is een test! Niet de deur opendoen voordat je hebt gekeken of er niet iemand aan komt rijden. Met de klink alvast in mijn hand draai ik me om. Ze roepen me terug. Ik had gelijk. Dat is dan in elk geval een puntje erbij. En het compenseert hopelijk één van mijn eerdere fouten, zoals het laten afslaan van de motor of het niet opmerken van een voetganger bij het zebrapad…

Mijn blik gaat van Debora naar Maria Grazia. En nu? Maria Grazia rommelt wat met haar papieren. Dan vraag ik het zelf maar:
‘Heb ik het gehaald?’
‘Ja, net aan.’
Wooow!!
‘Maar de basis is er en je bent oud genoeg om niet roekeloos te gaan rijden, dus ik heb er vertrouwen in.’
Yes, yes, yes! Wat een opluchting.

Groot is mijn verbazing als ik vervolgens een pasje dat er verdacht veel uitziet als een rijbewijs in mijn hand krijg. Wat? Moet ik niet weken op het rijbewijs wachten? Geen formulieren invullen? Geen bustochten maken naar verre kantoortjes met lange wachttijden en stempels en documenten? Nee. Pats. ‘In the pocket’, zegt men ook wel. Ik zie de roze vergunningen van de overige vijf kandidaten netjes op een rij in een mapje zitten. Dag bureaucratie, hallo efficiëntie.

Op dit moment wil ik me eigenlijk zo snel mogelijk uit de voeten maken, maar ik besluit van de gelegenheid gebruik te maken en nog wat aan Maria Grazia te vragen. Of ze van autorijden houdt, waarom ze voor dit beroep heeft gekozen, etc. Leuk voor mijn lezers, lijkt me. Want wanneer spreek je nou met een rij-examinator? Ik ben alleen te extatisch om de informatie op te slaan. Ik hoor niets van wat de dame, die blij is eindelijk eens in de schijnwerpers te staan, me vertelt. En ik doe echt mijn best.

Als ik een paar minuten later dan toch echt buiten sta, hoor ik, geloof het of niet, mijn naam. Nee toch, wat nú weer? Ik moet weer in de auto gaan zitten.
‘We hebben het er nog eens over gehad. Je moet je rijbewijs weer inleveren.’
Waaat?
‘Grapje’.
Ok, dit vind ík dus níet grappig. Het angstzweet is mijn poriën al uitgeschoten.
‘Wat is het adres van je website?’
Meent u dit? Ik geef de examinator mijn visitekaartje en maak dat ik wegkom.

* * *

Met deze column eindigt de serie Autorijden in Rome. Hoewel, niet helemaal: hoe is het om in Rome te rijden met je rijbewijs op zak? Lees het in het aller-allerlaatste automobilistenstuk, De Epiloog.

Wil je meer inkijkjes in het actuele leven van Rome?
Boek een lezing of volg Beyond the Colosseum!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Blog at WordPress.com.

Up ↑

%d bloggers like this: