Publicatie voor ‘Roma Æterna’

Roma Æterna is een magazine dat de wetenschappen en kunsten die zich bezighouden met Rome ontsluit voor een breder publiek. Elk tijdperk van de Romeinse geschiedenis krijgt de aandacht. Daarnaast werken de makers multidisciplinair: historische, kunsthistorische, letterkundige en archeologische onderwerpen hebben allemaal een plaats is het blad. Het nieuwste nummer ‘Reizen in Rome’ bevat ook kunstwerken in opdracht en literaire bijdragen die speciaal voor Roma Æterna zijn gemaakt.

Speciaal voor de decembereditie van Roma Æterna schreef Tessa D.M. Vrijmoed het stuk ‘Van kerkbezoek tot krekelgekriek’. Klik hier voor de digitale versie van het tijdschrift (met vanaf p. 152 Tessa’s bijdrage) of lees het artikel direct hieronder.

Van kerkbezoek tot krekelgekriek
Over het effect van toerisme in Rome

Twee toeristen zitten afgepeigerd op de traptreetjes voor de Chiesa Nuova. Ze kijken versuft voor zich uit, een verfomfaaid plattegrondje ligt slap op de knieën van de heer. Er staan zweetdruppeltjes op het voorhoofd van zijn vrouw en naast het echtpaar ligt een selfie-stick: het stel is duidelijk toe aan een onderbreking van wat een intensieve stadswandeling lijkt.

Even verderop staat een docent fervent uit te leggen aan zijn leerlingen. Hij gebaart in het rond aan een groep pubers die er verheugd uit zien, maar niet per se om dat wat hun ter oren komt. De arme man heeft deze schoolreis waarschijnlijk tot in de puntjes verzorgd, er extra taakuren voor gekregen en wellicht zelfs op zijn vrije middagen nog restaurants afgebeld om voordelige groepsmenu’s te regelen. Ondertussen maken de leerlingen – een enkeling draagt een korte broek met een marmeren piemel erop getekend – afspraken over hoe laat ze elkaar op hun vrije avond in ‘The Drunken Ship’ zullen ontmoeten.

Straatbeeld anno 2015
Rome wordt de Eeuwige Stad genoemd, omdat ze al honderden jaren lang onderhevig is aan verschillende modes, bouwstijlen en gebeurtenissen. Ooit was zij het pronkstuk van een machtig wereldrijk, later werd zij studieobject voor geleerden en tegenwoordig is zij verworden tot een geliefd vakantieoord. Het hierboven geschetste beeld van het reizende stel en de schoolklas behoren inmiddels al decaden tot het decor van de Italiaanse hoofdstad: tussen zuilen krioelende scholieren en sjokkende paartjes zijn niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Zou dat dan moeten? Volgens sommige inwoners wel. Ze zeggen dat al die vreemdelingen, die zeker zes maanden per jaar de stad bezetten, haar ‘vervuilen’. Het is niet onbegrijpelijk dat men zoiets zegt, daar het in het hoogseizoen zo vol kan worden in de stad, dat je soms nog weinig kan genieten van alle kunst: in museumgangen word je voortgestuwd langs meesterwerken en prachtige archeologische sites worden vervuild door achteloos weggeworpen troep. Aan de andere kant brengen al die gretige buitenlanders bakken met geld het land binnen en zorgen zij ervoor dat goedkope ingrediënten die omgevormd kunnen worden tot producten als ijs en pizza goudmijnen vormen voor wie erin handelt.

Wie heeft er gelijk? Werkt de grote hoeveelheid toeristen in Rome destructief of kan de stad inmiddels niet meer zonder haar met geld strooiende buitenlanders? Laat ik, voordat ik antwoord geef op deze vraag, eerst wat over mijn eigen situatie vertellen.

Opnieuw beginnen
In 2008 ben ik naar Rome verhuisd. Ik wilde graag meer leren van de wereld en ik was bang dat ik vast zou roesten als ik niet in actie kwam. Ik was afgestudeerd en had een mooie baan op het Montessori Lyceum in Amsterdam, maar ik had het gevoel dat ik nog niet klaar was met mijn eigen leertraject: 25 jaar, hoe jong en onervaren ben je dan immers nog? En wat zegt een stel keurige diploma’s? Gestimuleerd door de levenslust in de ogen van mijn eigen leerlingen vertrok ik, om te kijken of ik in het buitenland een nieuw leven op zou kunnen bouwen, op mezelf aangewezen zonder vrienden of familie. Als bestemming koos ik Rome, de stad waar ik als classica vast nooit op uitgekeken zou raken. Ik bleek moeiteloos op te gaan in het spontane, soms ongeorganiseerde bestaan van veel Italianen en ondanks de vaak frustrerende strijd om een plek te veroveren op de arbeidsmarkt van een land waar vriendjespolitiek bovengemiddeld hoogtij voert, genoot ik met volle teugen.

Ik ging naar alle musea en plekjes die mijn hart op hol lieten slaan. Opnieuw en opnieuw, zo vaak als ik wilde. Dat kon nu eenmaal, omdat ik er woonde. Gewoon, even over het Forum lopen, zonder dat ik daar een schoolreis omheen hoefde te plannen. Ik negeerde daarnaast de cultuur van het moment niet: ik liet mij opslokken door het Romeinse leven van twintigers in louche wijken als Pigneto en Centocelle, waar je over het afval struikelt en waar drommen Italianen met plastic glazen in de hand staan te roken op pleintjes met heilige namen. Ik wist niet dat ik al die ervaringen in me op zoog als een onverzadigbare spons die bijna zeven jaar later nog steeds als een dolblije scholier van in de dertig rond zou huppelen. Noch dat ik geen genoeg zou krijgen van alle ciao bella’s en bravissima’s die ik dagelijks zou ontvangen – in Italië ben je immers altijd mooi en knap en wordt je ego continu gestreeld. Ben ik aan het generaliseren? Tuurlijk. In Nederland is de lucht immers ook niet altijd grijs. Maar gevoel is gevoel. En je ergens thuis voelen is goud waard.

De toren van Pisa
Langzaam maar zeker begon ik te integreren. Het etiket ‘toerist’ raakte ik kwijt, ik verkende onbekende stegen, maakte nieuwe vrienden en leerde Romeinse straattaal. Op een goede dag kreeg ik de kans als gids te werken in de Sint Pieter en de Vaticaanse Musea, waar ik vervolgens drie jaar lang het massatoerisme van dichtbij heb mogen observeren Ik moest dagelijks antwoord geven op vragen als ‘Where is the Sistine planet?’ (in het kader van de klok wel hebben horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt) of ‘Where is the tower of Pisa’? (Ehm..in Pisa). Ik verbaasde mij dag in dag uit over mensen die met samengeknepen tenen hun sokken kilometers lang door hun teenslippers persten of over hen wie genadeloos de toegang tot de basiliek werd ontzegd, omdat ze zich niet hadden geïnformeerd over de kledingvoorschriften.

Het is eenvoudig om smakelijk over dit soort voorvallen te lachen, maar in plaats daarvan zou men ook de wilskracht van mensen kunnen waarderen, die kennis willen maken met monumenten die ver van de hun bekende wereld afstaan. Het is toch prachtig dat mensen nu nog ademloos staan te kijken bij de realistisch uitziende plooien in Maria’s gewaad? En, opgeleid of niet, iederéén geniet van Michelangelo’s beeldhouwtalent – en dat is ook ieders goed recht. Ik zag het als uitdaging om – als ‘gepromoveerde’ toerist die zichzelf nog steeds kan vergapen aan kunst- en bouwwerken waar ze weinig tot niets van weet – wie met interesse en een open geest naar Rome kwam iets over die schoonheid te leren. De docent in mij mocht graag hier en daar een vraag laten vallen tijdens een rondleiding, om te zien of mensen wel echt hadden geluisterd en informatie opsloegen; als dan een toehoorder uit eigen beweging opmerkte dat hij op een bepaald fresco Petrus zag staan omdat hij de apostel herkende aan de sleutels der hemelen, dan was wat mij betreft mijn missie geslaagd.

Reisgids
Vorig jaar werd ik aangesteld om de Rome-variant van de reeds jarenlang succesvolle reisgidsenserie 100% Travel te herzien: niet alleen moest ik de wandelingen uit de gids volledig langslopen en controleren of alle informatie nog juist was, daarnaast was de opdracht expliciet om de handleiding te verfrissen en op de schop te gooien. Bij deze bezigheid heb ik, als toerist-die-inmiddels-inwoner-is-en-toch-best-wel-wat-mooie-plekjes-kent, verrassend leuke nieuwe tenten leren kennen, tussen al die overbekende en minder bekende adressen door. Tevens zag ik mij genoodzaakt keuzes te maken: wil ik wel dat straks hordes Nederlanders met dat roze boekje in mijn favoriete trattoria in een achterafstraatje zitten te eten? Ondanks het feit dat het antwoord op deze vraag uiteraard ‘liever niet’ is, kon ik mij ook niet aan mijn plicht onttrekken om een goede gids te schrijven met tips die de moeite waard waren. Het gevolg is dat je mij best wel eens tegen zou komen, mocht je met de gids op pad zijn en er een bepaald restaurant van uitkiezen: weliswaar heb ik een paar geheimpjes voor mij en mijn vrienden gehouden, andere onvergetelijke culturele en gastronomische oorden zal ik voortaan moeten delen met jullie. En met de rest van de wereld, want er is altijd wel weer een reisgids die plekjes ontrafelt waar iemand anders uit liefde voor de stad met geen woord over rept.

Rome beleven
Tijd om terug te komen op de vraag of Rome wel of niet gebaat is bij de vele bezoekers die zij jaarlijks ontvangt. Gaat de schoonheid van de stad verloren door die miljoenen nieuwsgierigen? Het antwoord op deze vraag luidt, naar mijn bescheiden mening, nee. Rome is een dermate imposante stad, dat zelfs met al die hoofden voor het Pantheon de gestalte van haar koepel een memorabele indruk maakt. Het is net als met het onderwijs Klassieke Talen in Nederland: ondanks verschillende maatregelen van bovenaf of meningen van hen die de waarde van het vak niet voldoende inzien, zal de kracht en invloed van de talen zelf er uiteindelijk voor zorgen dat het vak nooit uit het schoolrepertoire zal verdwijnen. Daarvoor hebben de Klassieke Talen immers een te grote afdruk achtergelaten in onze huidige maatschappij. Natuurlijk, een uitgestorven Rome op een frisse avond in januari maakt een adembenemend verpletterende indruk, alsof ze er helemaal alleen voor jou is. Jouw toneel, jouw wereld, jij samen met de historie die zelfs van de straatstenen afdampt. Maar zoals je een film nog intenser kan beleven omdat de hele bioscoopzaal met je meelacht of –huivert, zo is tegelijkertijd Rome tevreden, als zij door zovelen tegelijk genoten wordt. Akelige voorvallen zoals afgelopen februari op Piazza di Spagna hebben plaatsgevonden zijn incidenteel en mogen wat mij betreft snel ondergesneeuwd worden door de herinnering aan positieve gebeurtenissen. Vergeten mogen we deze incidenten uiteraard niet, maar we zouden ze in plaats daarvan kunnen aangrijpen als leerinstrument om ervoor te zorgen dat dergelijke situaties zich in de toekomst niet meer voor zullen doen. Hoe dat bewerkstelligd kan worden is de vraag, een vraag die ik door zou willen spelen aan de voetbal- en onderwijsautoriteiten in Nederland.

Een stad voor iedereen
Jaarlijks komen miljoenen mensen naar Rome. De een wil graag iedere kerk nauwkeurig bestuderen en plant voor vertrek secuur ieder dagdeel vol. De ander geniet het liefst op het terras met een glas wijn van het geroezemoes van passanten en het zomergekriek van de krekels. Voor al die mensen is Rome. Iedereen mag van haar genieten, hoe diepgaand of oppervlakkig dat ook is. Rome staat voor wereldlijk erfgoed dat mensen uit alle bevolkingslagen op hun manier mogen bekijken en opsnuiven.

Zelf geniet ik al jaren op mijn manier van de stad. Er zijn ontelbaar veel redenen, waarom ik hier nooit meer weg zou willen. Het is niet mogelijk om die redenen allemaal op te noemen, maar laat ik afsluiten met een prachtig Romeins liedje dat door haar mooie tekst en sprookjesachtige compositie dicht in de buurt komt bij een omschrijving van de aantrekkingskracht van Rome.

Het lied wordt gezongen door Rugantino, een nietsnut en rokkenjager die door het volk tegelijkertijd gehaat en benijd wordt. Op een dag laat hij zijn oog vallen op een jongedame in de buurt; niet alleen is ze bloedmooi en verkeert ze in sjieke kringen waar hijzelf niets te zoeken heeft, ze is bovendien getrouwd. Het ziet er dus naar uit dat Rugantino geen schijn van kans maakt. Toch lukt het hem eindelijk haar mee uit te krijgen; op de bewuste avond lopen de twee, aanvankelijk weinig op hun gemak, door Rome, slechts vergezeld door de schittering van het maanlicht op de rivier, de fonteinen en hun water spuwende beelden en de antieke gebouwen alom. Langzamerhand zien we hoe Rosetta weifelend steeds wat meer toenadering zoekt tot Rugantino, terwijl op de achtergrond zijn stille gebed klinkt:

Roma nun fa’ la stupida stasera,
Damme ‘na mano a faje di’ de sì:
Scegli tutte le stelle
Più brillarelle che vuoi
E un friccico de luna tutta pe’ noi.
Faje senti’ ch’è quasi primavera,
Manna li mejo grilli per fa’ cri cri;
Prestame er ponentino
Più malandrino che c’hai:
Roma reggeme er moccolo stasera.

Rome, doe eens even niet zo flauw vanavond,
Help me ‘n handje, zorg dat ze me wil:
Kies jij de sterren maar uit,
De mooist flikk’rende die je hebt
En een klein stukje maan alleen voor ons.
De lente komt eraan, laat ‘r dat voelen,
Laat nu je krekels maar krieken, ik smeek het je;
Leen me de westenwind toch,
De meest speelse die je hebt:
Rome, vanavond heb ik je echt nodig.

Zoals Rosetta uiteindelijk, mede dankzij de magie van de stad, verliefd wordt op Rugantino, zo raakt Rome zelf direct eenieder die haar bezoekt: je zult lang moeten zoeken vóór je iemand vindt die niet betoverd achter is gebleven na een bezoek aan de stad in volle glorie, als zij haar verkoelende zomerbries heeft aangezet en de maan in de startblokken staat om met haar zachte licht een betoverende sluier over de stad te werpen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s