De stadstaat

Entreeformulier
Entreeformulier: zonder zo’n briefje kom je het Vaticaan niet in.

Drie jaar lang heb ik in de kleinste onafhankelijke staat ter wereld gewerkt. Baande ik mij dagelijks een weg tussen massa’s toeristen in de Sint Pieter en in de Vaticaanse Musea. Maar er is een groot verschil tussen de zones in Vaticaanstad die voor jan en alleman toegankelijk zijn en diegene die je slechts kan bereiken via de paspoortcontrole.

Zo ondervond ik vorige week, toen ik het voorrecht had iemand te ontmoeten die in hartje SCV werkt, ofwel de Stato della Città del Vaticano. Je kunt gewoon het Vaticaan binnenrijden op je fietsje, door de Porta di Sant’Anna, en je wordt zelfs vriendelijk begroet door de Zwitserse Garde. Vervolgens verzoekt men je af te stappen en dien je je te melden bij de identiteitscontrole. Daar moet ik in de rij staan met een hoop andere, normale mensen zoals ik. Die gaan naar de apotheek om tegen een goed prijsje medicijnen in te slaan met het benodigde doktersrecept in de hand. Of ze posten brieven bij het postkantoor met de de snelle service en de gele brievenbussen. Als ik aan de beurt ben, kijkt de loketmedewerker even verbaasd op: ik haal de gemiddelde leeftijd van de in het zaaltje aanwezigen flink omlaag. Ik krijg een nog verbaasdere blik, als ik vertel met wie ik een afspraak heb. Oeh, een belangrijke meneer dus blijkbaar. Een telefoontje wordt gepleegd en ik mag doorlopen.

Ik kijk mijn ogen uit. De gebouwen in het Vaticaan ademen namelijk een andere sfeer uit dan in Rome. Ze zijn wat statiger, zo je wilt. En ze zijn mooi schoon gepoetst. Het lijkt wel alsof ze ‘uitgerust’ zijn, anders dan de gebouwen buiten de dikke ommuring, die gebukt gaan onder stadslawaai en chaotisch verkeer. Bij de eerste poort die ik tegenkom, moet ik mijn ‘toegangsbewijs’ laten zien aan een bewaker. Hij maakt grapjes met me en zegt dat ik bij de rode circustent verderop naar links moet – hij doelt op een aanhangwangen die met rood zeil bespannen is.

Ondertussen maak ik foto’s. Ik doe het stiekem, want ik heb niet echt de indruk dat dit de bedoeling is. Er wordt in de gaten gehouden of ik niet een andere kant oploop, maar van de foto’s wordt niets gezegd. Ik bewonder interne muren, die, aan een inscriptie te zien, door paus Julius II aan het begin van de zestiende eeuw zijn gebouwd. Een bordje leidt naar de tuinen – ach, wat zou ik daar graag naar binnen gaan. En mijn blik waart langs een groot gebouw dat, zo leer ik later van mijn gastheer, het Geheim Archief huisvest: wie weet wat daar voor bijzondere documenten opgeslagen liggen…

Eenmaal bij de circustent beland, wacht mij een lid van de Zwitserse Garde op. Hij staat met een meneer te praten, die aanbiedt mij te brengen waar ik moet zijn. De heer in kwestie begeleidt mij naar een smalle, houten deur zonder handvat: het blijkt de lift te zijn, die zijdelings openschuift en door Pius XII (…1876-1958) reeds gebouwd is. Ik moet op de vierde etage van het Palazzo Apostolico zijn, laat ik mij vertellen. Het toeval wil, dat er op elke verdieping iemand in- of uitstapt, met als gevolg dat mijn onderzoekende aard wat extra voer meekrijgt: hm, een kleine, gezette man. Wie is hij? Waar houdt hij zich mee bezig? Een lange vent met spiraalsnoertje achter zijn oor: wie of wat bewaakt hij? Een persoon met een koffertje. Wat zit erin? Heeft hij een trouwring om? En zijn hier überhaupt wel geestelijken?

Mijn begeleider laat mij achter in een lange, lege gang met adembenemende fresco’s van landkaarten: ze doen me denken aan de soortgelijke wandschilderingen die ik me herinner uit het nabijgelegen museumcomplex. Ik moet me melden bij een jongeman achter een bureau. Hee, die ken ik nog van mijn tijd in de basiliek. Hij herkent mij ook en vraagt lachend hoe het met me gaat. Oef, ik word weer wat ontspannen.

Hij brengt me naar een minuscuul kamertje, waar ternauwernood drie stoelen en een klein bankje passen. Hier wacht ik, zinderend van adrenaline en een tikkeltje angstzweet, op de man die zovele deuren voor mij heeft doen openen. Ik kijk op mijn horloge. Er is een kwartier verstreken sinds ik mijn fiets heb geparkeerd. Het duurt nu niet lang meer of ik zal worden ondergedompeld in het levensverhaal van een bijzondere leek in het Vaticaan. Een stadstaat die, naar diens zeggen, niet vrij is van corruptie, geheimen en bandieterij. Maar daar vertel ik jullie een andere keer misschien eens over.

Vaticaanse post
Iedereen kan een brief posten bij het Vaticaanse postkantoor.
Zomaar een straatje?
Zomaar een straatje? Eigenlijk wel, maar dan in het Vaticaan. Mijn fiets op de voorgrond.
Het geheim archief: wie weet wat voor documenten hier opgeslagen liggen...
Het Geheim Archief van buiten: wie weet wat voor documenten hier opgeslagen liggen…
Een prachtige gang vol geografische mappen
Een prachtige gang vol geografische mappen
Uitzicht op de Sint Pieter vanaf het terras van het Staatsarchief
Uitzicht op de Sint Pieter vanaf het terras van het Staatsarchief
Advertisements

4 thoughts on “De stadstaat

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s