De vulkaan

Zijn ene hand houdt een aktetas vast, zijn andere Patricia Cornwell’s ‘Postmortem’. Alles aan deze zakenman is serieus, van zijn strenge bril tot zijn opgepoetste schoenen. Het boek is bijna uit, Stoïcijns laat de heer zich van roltrap tot roltrap meevoeren. Met zijn duim houdt hij het boek geopend: de linkerhelft twee vingers dik, de kaft van de achterkant slechts vergezeld van een vijftal pagina’s. Het is een van de vele ochtendspitsgangers van Napels die gebruik maken van de metro. Was hij niet in zijn boek verzonken geweest, dan had hij de pracht en originaliteit van lijn 1 kunnen zien. Iedere halte is op zijn eigen manier versierd: mozaïeken, discokleuren, tegels met computermen of standbeelden.

Zo bont en inventief als de metro is, zo sober en conservatief is het historisch centrum. De grote zwarte straatstenen van piperino herinneren ten overvloede aan de Vesuvius, die al eeuwen dreigend over de stad uitkijkt. De bassi (benedenhuizen) met hun mini-terras op de begane grond geven een inkijkje in het armoedige leven van menig Napolitaan. Frisse was is de geur die concurreert met de kooklucht uit de huizen: het lijkt wel of hier alleen maar gegeten en gestreken wordt. Dat is echter geenszins waar: men werkt er hard, is het niet in de eigen winkel op de begane grond, dan wel in de bar, op de markt of in het museum. De Napolitaan is al jaren inventief en vindt steeds weer nieuwe manieren om aan geld te komen. Zo ook die meneer met gitaar, wiens straatmuziek in het museum op de vierde verdieping nog doorklinkt.

Deze beschrijving betrekt zich vooral op de buurt rondom de Spaccanapoli, de kaarsrechte straat die het historisch centrum van Napels ‘splijt’ (spacca). Zij is een stille getuigenis van het feit dat de stad gebouwd is op een oud-Romeinse stad, gekenmerkt door de decumanus, hoofdstraten. Vanaf het laaggelegen stadscentrum zie je in de verte heuvels. Op één van hen bevindt zich Castel Sant’Elmo – niet het enige fort van de stad – en op een ander de geanimeerde wijk Vomero. De Golf van Napels nodigt uit tot een kustwandeling, helemaal sinds een gedeelte autovrij is geworden: kinderen rijden in botsautootjes over de brede autoweg, waarop de oorspronkelijke belijning nog te zien is.

Wie slechts enkele dagen in de stad is, krijgt niet veel mee van het Napolitaans, dat een taal op zich is. Je pikt wellicht de ‘sh’-klank op (shcusa) of hoort vaak het woord creatura, dat ‘kind’ betekent. Jamme is het andiamo van het zuiden en de letter o wordt gebruikt als lidwoord. Net als de Grieken overigens doen, op wier nederzetting de Romeinen hier later hun eigen stad bouwden. Qua eten zullen je de dikke pizza’s met hun brede rand bijblijven, de mozzarella in carrozza, gefrituurde kaas (‘in een koets’) of het toetje babà, op basis van rum.

Napels is een stad je die je moet leren waarderen. Zij staat niet in mijn Top 3 Favoriete Italiaanse Steden. En toch heb ik nu alweer zin om terug te gaan.

Morgen: eet- en doe-tips in Napels.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s