Deel 5: tafel 208

Debora geeft mij de dossiers van de drie kandidaten in bewaring. ‘Omdat zij de meest betrouwbare is!’ grapt ze als ze de verongelijkte gezichten van de jongens ziet. ‘Zorg dat jullie om kwart voor twaalf terug zijn, want dan worden jullie geroepen om de zaal in te gaan.’

Moeten we nóg langer wachten?
‘Ik weet het, het examen begint pas om twaalf uur. Maar ik wilde jullie op tijd afleveren en je weet nooit hoeveel verkeer je onderweg tegenkomt.’
Oef, wat moet ik de komende drie kwartier doen? Eerst maar eens wat eten inslaan bij de bar. We nemen tijdelijk afscheid van Debora, die nog wat anders te doen heeft op het terrein van het Italiaanse CBR.

Dan is het tijd om de jongens beter te leren kennen. Ze staan zelfverzekerd te roken – als schoorstenen, kan ik wel zeggen – hoewel, hun schuchter om zich heen kijken verraadt een bepaalde onervarenheid. Maar het kunnen natuurlijk ook gewoon de zenuwen voor het examen zijn.
Zodra ze hun koffie op hebben en ik wat heb gekocht, gaan we naar buiten.

Mijn mede-kandidaten steken weer een sigaret op en ik zoek naar onderwerpen om over te praten met jongens die twee keer zo jong zijn. Ik voel me oeroud. Helemaal als ze dan met elkaar gaan staan pochen over wie het vaakst gespijbeld heeft. Na een tijdje zeg ik: ‘Ik ga voor mijn blog wat foto’s van het terrein maken,’ een goed excuus om me even te onttrekken aan de ongemakkelijke situatie.

Ik kom een parcours tegen met rood-witte pilonnetjes en een vreemde ruimte met oude computers, meubels en een heleboel kastjes. Hier en daar lijkt het gebouw op instorten te staan, maar het lijkt niemand iets te doen. Stoïcijns staat of zit men koortsachtig nog wat studieboeken door te nemen of de tijd al spelend op zijn telefoon te doden.

Terwijl ik in een van de karakterloze wachtkamers zit rond te kijken, komen Sergei en Jacopo op me af. Wat schattig, ze komen me halen.
‘Ze zijn begonnen met het voorlezen van de presentielijst!’ roept Sergei. Oh, laten we vaart maken. Ik sta op en probeer zo dicht mogelijk bij degene met de namen te komen. Om te voorkomen dat ik straks mijn naam bij het oplezen niet herken – het zou niet de eerste keer zijn. Ik ben de laatste op de lijst, zie ik al gauw bij meegluren over de schouder. Zo kan ik de heer in kwestie de tongbreker ‘Vrijmoed’ besparen door mijn achternaam zelf uit te spreken en aan te wijzen. ‘Hemeltje lief!’ brengt de man uit. Hij kijkt me vluchtig aan en zet dan een vinkje. ‘Tafel 208.’

Volgende keer: het theorie-examen

Meer inkijkjes in het dagelijks leven te Rome vind je op
Beyond the Colosseum

This slideshow requires JavaScript.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Create a free website or blog at WordPress.com.

Up ↑

%d bloggers like this: