Deel 6: het theorie-examen

We zijn met zo’n veertig man. Ieder zit aan een tafeltje met flatscreen en een boel snoeren eronder – mijn benen raken er continu in verstrengeld. Eén voor één worden de namen voorgelezen.

Carlotta Marinella. Stefano Lo Bianco. Luciano Gambacorta. Ik moet een lachje onderdrukken, als laatstgenoemde een kleine, kortbenige jongen blijkt te zijn. Nomen est omen, zeggen ze dan. Ik vraag me vluchtig af of het zijn familieleden ook aan lange benen ontbreekt…

Iedere kandidaat moet naar de surveillant lopen en zijn dossier overhandigen. Daarna ga je weer zitten en moet je op het touchscreen je codice fiscale intoetsen, dat wil zeggen je burgerservicenummer van zestien karakters. Sergei Valentini. Lorenzo Venturi. Tessa Vrijmoed. De drie kandidaten uit Trastevere zijn de laatsten van de club.

‘Naam’, zegt de surveillant, die eerder bij de deur de aanwezigheid controleerde.
‘Vrijmoed’.
‘Hemeltjelief,’ zegt de meneer met zo’n dikke buik dat ie zijn eigen tenen niet kan zien.
De spanning is te voelen met 78 ogen die in mijn rug branden. Ik zit op de voorste rij dus ik zie ze niet, maar het lijkt alsof ik gezucht hoor, als ik haastig de code intoets en sommige toetsen opnieuw aanraak omdat ze niet gepakt worden.

Als het ook mij dan eindelijk gelukt is, draai ik me bijna triomfantelijk om naar de rest (‘Jongens, we mogen!’) en dan kan het examen beginnen. Veertig beweringen en alles wat je hoeft te doen is het vakje met ‘waar’ of ‘niet waar’ aan te tikken. Makkelijk zat, toch? Zeker als er vragen verschijnen als ‘Er is hier een wielerwedstrijd aan de gang’ met een plaatje van een fietsstoplicht. Maar er zitten ook stellingen tussen waarvoor het goed is dat ik thuis zoveel proefexamens heb gedaan. En niet alleen wat betreft de moeilijkheidsgraad, maar ook vanwege de manier waarop de vragen gesteld worden. Goed lezen is vaak het halve werk, want je wil niet zakken omdat je een ‘niet’ of ‘behalve’ over het hoofd hebt gezien. En strikvragen herken je nu eenmaal sneller na een goede voorbereiding.

Ik heb exact 29:29 minuut nodig om de toets te maken. Op het nippertje! Thuis had ik wel drie examens in die tijd kunnen af gehad, maar a) ik ben flink zenuwachtig omdat ik koste wat kost wil slagen en b) als ik de toets naloop, zie ik dat ik vier vragen heb overgeslagen omdat de pijltjesknop met ‘volgende vraag’ te snel reageerde. Weer voel ik de adem van tientallen in mijn rug, alleen ditmaal is er een ander soort spanning te voelen: de slag is geleverd, nu hoeven alleen de slachtoffers nog maar geteld te worden.

Overwinning of nederlaag? De meneer met de dikke buik moet het de generaals vertellen en roept ze daarom wederom één voor één naar voren. Sergei kijkt me van de andere kant van de zaal aan en lijkt te vragen ‘Hoe ging het?’ Ik zou willen zeggen ‘Het kan vriezen of dooien’, maar a) ik weet niet of die uitdrukking bestaat in het Italiaans en b) we mogen niet praten. In plaats daarvan wapper ik een beetje met mijn hand: così così. Grappig, de jongen lijkt waarachtig een beetje met me begaan. Hoe zou hij me zien? Als een oudere zus? Gezellige tante?

Marinella. Lo Bianca. Gambacorta. Daar komt hij met zijn stevige beentjes aan gelopen. Heeft hij het gehaald of niet? Aan de glimlach te zien bij het aannemen van zijn documentatie wel. En omdat ik vrij dicht bij de surveillant zit, kan ik bijna altijd horen wat hij zegt. ‘In orde’. ‘Goed zo.’ ‘Gefeliciteerd.’ De een na de andere lopen de aspirant-autorijders de zaal uit.

Nu zijn er nog maar drie over. Valentini. Venturi. Vrijmoed. De Trasteverini kijken elkaar kriskras door de lege zaal aan. Ja, Sergei is het de derde keer gelukt! Dan is het Lorenzo’s beurt. Helaas, meer dan vier van zijn veertig soldaten zijn gesneuveld en dat betekent dat hij binnenkort nogmaals het slagveld op moet.

Dan sta ikzelf eindelijk nogmaals oog in oog met de gezette meneer. Sergei en Lorenzo blijven op een afstandje staan kijken. Met een vriendelijk knikje krijg ik mijn papieren overhandigd. Wil dat zeggen dat…ja, ik heb het gehaald! Weer een kleine mijlpaal in mijn Romeinse leven bereikt. Glunderend loop ik de zaal uit. Maar ik probeer mijn glunderen wat in te houden, om de teleurstelling van Lorenzo niet nog groter te maken.

Als we kort daarna Debora bij de auto op ons zien staan wachten, kan ik het glunderen echter niet nalaten. Ik ben blij! En terwijl we terugrijden naar de stad, valt er een last van me af. Hoeveel cc heeft een brommer? Op welke leeftijd mag je rijbewijs B1 te halen? Hoe dik moeten je banden zijn? Ik voel enkele van de pas ingestampte feiten als zand door een zeef verdwijnen. Maar de verkeersregels, die zitten er goed in en ik kan niet wachten om achter het stuur te springen en Rome op vier wielen te gaan verkennen.

Volgende keer: mijn eerste rijles

Wil je mee blijven kijken achter de schermen van Rome?

Volg Beyond the Colosseum!

De examenzaal
De examenzaal
Advertisements

2 thoughts on “Deel 6: het theorie-examen

Add yours

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Create a free website or blog at WordPress.com.

Up ↑

%d bloggers like this: