Dorp

De lente wil zich nog niet echt laten zien. Hoewel het mei is, ligt de temperatuur al weken laag. Het is vandaag druilerig weer en er staat een snijdende wind. Een zwak zonnetje begeleidt me als ik via de Ponte Sisto de rivier oversteek. Iemand tikt me op de rug.

‘Hi Tessa!’
‘Ciaran! So good to see you! How are you?’
‘Not too well. Everyone is sick at home. Got to me too…’
‘I’m so sorry… Get well soon.’
‘Thanks. I’ll be in touch.’
‘Sure, take care!’
Ik ken Ciaran pas een paar maanden, maar we zijn in korte tijd goed bevriend geraakt. Hij komt uit Ierland en woont sinds een jaar in Rome met zijn Franse vrouw. Leuk stel. Laatst hebben we thuis een cacio-e-pepe-avondje gehouden, omdat zij beiden zo houden van die Romeinse pasta.

Ik steek de straat over en loop met de oren dicht over Piazza Trilussa. Een band speelt ‘Hotel California’. Klinkt goed, maar het is oorverdovend. Ik wil de Vicolo de’ Cinque inslaan, als ik Giulia tegenkom. Ze werkt in de bar op de boek en staat tegen de muur geleund. In haar gewone kloffie. Ze licht op als ze me ziet. Quanto tempo! Het is inderdaad een tijd geleden dat we elkaar voor het laatst gezien hebben. Alles goed? Ja hoor, z’n gangetje. Heb je gewerkt? M’n dienst zit er net op. Maar zo meteen moet ik bijles geven. Och, heb je nog steeds zo’n onmenselijk rooster? Tja, er zit niets anders op. Ik moet mijn huur betalen, dus de wekker gaat om zes uur ’s ochtends. Als ik klaar ben met serveren om vijf uur, pak ik de bus om Italiaanse les te geven. En ’s avonds moet ik studeren…maar vanavond laat ik denk ik maar schieten, ik trek het echt niet meer. Dat begrijp ik, je werkt teveel! Ja, ik weet het, maar wat doe je eraan?

Tot voor kort kwam ik geregeld met mijn laptop werken in de bar waar Giulia werkt. Ik heb haar naam al aan kennissen doorgegeven die in het onderwijs zitten, in de hoop haar aan een baan te helpen. Maar ik weet dat dat tevergeefs zal zijn. Zoals ik zelf al jaren zonder resultaat die ene goede baan hoop te vinden.

Nog mijmerend over ons gesprek vervolg ik mijn weg. Aan de linkerkant van het straatje, zitten de mensen al gezellig te borrelen. Hee wie zie ik daar?
‘Salvatore!’
‘Ciao bella!’
Salvatore was ooit de manager van Sloppy Sam’s, een heerlijk fout café op Campo de’ Fiori waar ik jaren geleden haast dagelijks kwam. Toen de huurprijs werd opgeschroefd, zag hij zich gedwongen de zaak op te doeken. En nu werkt hij in een restaurant. Andere clientèle, ander soort werk. Maar ook leuk. Kan ik je iets aanbieden, koffie? Welja, waarom niet. Ik drink eigenlijk geen koffie, maar ik heb wel zin om even te zitten. En het terras heeft verwarming. Terwijl ik in mijn kopje roer, vertelt Salvatore het een en ander over zijn liefdesleven. Ik lach en ik knik. Ik kijk naar de grijze haartjes die zich hier en daar in de zwarte baard laten zien. En ik denk aan de rimpeltjes die zich in mijn eigen gezicht hebben gevormd sinds mijn laatste glas wijn op het bloemenveld.

Ik beloof hem dat ik gauw eens in zijn restaurant zal komen eten, vlak voordat ik de Via Benedetta insla. Dat is iets terug, maar ik heb opeens ontzettend veel zin in ijs gekregen. En Checco is hier om de hoek. Bij Checco er Carettiere, kun je Romeins ijs halen. Er is geen plek om te zitten: je kiest je ijs uit de vitrine en staat direct weer op straat. Twee deuren verderop is de gelijknamige trattoria verstopt, diep naar achteren, een goede tip voor een eenvoudig lokaal maal. Via Piazza della Malva keer ik terug. Hee, daar zie ik nóg een bekende! Alleen kent Giancarlo Giannini míj niet. De acteur, die op gruwelijke wijze door Anthony Hopkins wordt vermoord in Hannibal, stapt in zichzelf gekeerd over de sampietrini-keitjes. Hij ziet er net zo uit als op tv. Alleen is zijn haar witter dan ik me herinner.

Eenmaal terug op Piazza Trilussa hoor ik een nummer van ‘The Bangles’. Een toerist doet een Egyptenaar na. Of althans, doet iets waarvan hij denkt dat Egyptenaren zo doen. Zijn vriendin maakt er lachend een foto van. En ik glimlach bij het tafereel, terwijl ik een hap koude pistache neem. Toffe wandeling was het. Al heb ik nog geen kilometer gelopen. Maar ik vond het lekker knus. Want Rome is soms net een dorp.

Wil je meer inkijkjes in het dagelijks leven van Rome?
Boek een lezing of volg Beyond the Colosseum.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Blog at WordPress.com.

Up ↑

%d bloggers like this: